De levensloopregeling in vogelvlucht

Op Het Nationale Levensloopdebat stond de levensloopregeling centraal. Hoewel de regeling voor de specialist geen geheimen zal kennen, is een kleine toelichting wellicht niet overbodig.

De levensloopregeling is een fiscale regeling die sinds 2006 bestaat. Het doel van deze regeling is sparen voor een vervangend inkomen tijdens een periode van onbetaald verlof. Dit onbetaald verlof kan bijvoorbeeld ouderschapsverlof zijn, zorgverlof of een sabbatical. Ook een periode van onbetaald verlof voorafgaand aan het pensioen is mogelijk, waarbij de werknemer een uitkering uit het tegoed van zijn levensloopregeling ontvangt. Een werknemer kan de levensloopregeling ook gebruiken als aanvulling op zijn pensioen.

Werknemers hebben het recht om deel te nemen aan de levensloopregeling, maar kunnen ook voor de spaarloonregeling kiezen. In hetzelfde jaar aan beide regelingen deelnemen is niet toegestaan. Het aantal deelnemers aan de spaarloonregeling is op dit moment aanzienlijk groter dan het aantal deelnemers aan de levensloopregeling. De spaarloonregeling is al goed ingeburgerd bij het grote publiek, terwijl de recent geïntroduceerde levensloopregeling nog veel onduidelijkheden kent bij zowel werkgevers als werknemers.

De spaarloonregeling is aantrekkelijk bij kleine bedragen. De levensloopregeling heeft echter voor de werknemer een aantal voordelen ten opzichte van de spaarloonregeling. De levensloopregeling kan fiscaal extra gunstig zijn voor mensen die in een relatief hoog belastingtarief zitten of ouders die ouderschapsverlof opnemen. Daarnaast kan met de levensloopregeling voor veel hogere bedragen gespaard worden dan met de spaarloonregeling, namelijk tot 12% van het bruto jaarsalaris.

Momenteel lijkt de levensloopregeling dus nog niet aan te slaan bij zowel werkgevers als werknemers. In antwoord daarop presenteerden Lans Bovenberg, een van de grondleggers van de levensloopregeling, en consultant Peter Conneman een reparatieplan. Daarmee gaf hij de discussie rondom de levensloopregeling een nieuwe impuls. Zo zou volgens Bovenberg en Conneman de populaire spaarloonregeling moeten worden opgenomen in de levensloopregeling. Waarmee het bruto-nettovoordeel over een bedrag van € 613 gehandhaafd blijft. Ook flexibilisering van besteding is een van de suggesties die het duo doet; het spaarsaldo op de levenslooprekening moet ook gebruikt kunnen worden om een periode van werkloosheid te overbruggen of in geval van, gedeeltelijk arbeidsongeschiktheid.

Het waren deze en andere suggesties voor een vernieuwde levensloop die op Het Nationale Levensloopdebat onderwerp van discussie waren.